Hazerugfilet met mosterd-roomsaus

9 hazerugfilets
2 eetlepels Dijon mosterd
200 gram boter

250 gram sjalotten
6 jeneverbessen
6 peperkorrels
2 laurierblaadjes
1 takje tijm
1/2 liter wildfond
1/8 liter slagroom
1 eetlepel mosterd
1 eetlepel rode bessengelei 
Hazerugfilet met mosterd-roomsaus

Dep de hazeruggen droog met keukenpapier en bestrijk de bovenkant met mosterd.
Pel de sjalotjes en snijd ze fijn.

Verhit de boter in een braadslee en laat de ruggen rondom dichtschroeien en bruin kleuren.
Bestrooi de hazeruggen met zout en peper en braad ze circa 15 minuten in de op 225 graden voorverwarmde oven.
Neem de ruggen daarna uit de braadslee en houd ze - afgedekt- warm op een schaal.
Giet het vet uit de braadslee en zet hem weer op het vuur.
Voeg de fijngesneden sjalotjes, de jeneverbessen, de peperkorrels, de laurierblaadjes en de tijm toe en laat het geheel al roerende een paar minuten zachtjes "zweten".
Giet de wildfond erbij, roer de aanbaksels los en breng het geheel aan de kook.
Laat de fond op een hoog vuur inkoken tot de helft van de oorspronkelijke hoeveelheid.
Giet de fond daarna door een zeef in een steelpan, roer de slagroom en de mosterd erdoor en breng het mengsel opnieuw aan de kook.
Breng de saus op smaak met zout, peper en de rode bessengelei.
Houd de saus warm op een vlamverdeler.
Snijd de filets diagonaal in plakken.

Leg de plakjes hazevlees dakpansgewijs op voorverwarmde borden en schep er een beetje saus omheen.